Content
Infram brengt kosten regionaal vaarwegbeheer in kaart
Opdrachtgever
Provincie Fryslân
Periode
Zomer 2010 – Begin 2011
Aanpak/Uitvoering
Infram heeft een zeer brede aanpak gevolgd waarbij een scala van inzichten en technieken is gebruikt. De onderhoudsbehoefte van vaarwegbodems en oevers heeft Infram berekend aan de hand van normkosten en arealen. De normkosten zijn gebaseerd op gegevens van RWS en vastgesteld na overleg met deskundigen van het waterschap (Wetterskip Fryslân) en de provincie. De arealen zijn afgeleid uit verschillende GIS-bestanden, afkomstig van provincie en waterschap. Infram heeft tal van gemeentelijke begrotingen en financiële stukken van de provincie geraadpleegd en bewerkt. De gebruikte datasets zijn echter zelden opgebouwd ten behoeve van het vaarwegbeheer. Hierdoor is het moeilijk een compleet beeld te krijgen van het vaarwegbeheer en was Infram genoodzaakt terug te vallen op kennis en inzichten uit eerdere projecten. Om toch binnen de scope van de opdracht de gevraagde informatie te kunnen leveren heeft Infram moeten improviseren en daarover intensief contact onderhouden met de opdrachtgever.
Resultaat
Het beheer van de vaarwegen is momenteel niet erg doorzichtig. Alleen de provincie onderkent het vaarwegbeheer als taak. Het waterschap is alleen verantwoordelijk voor het traditionele waterbeheer (kwantiteitsbeheer). Gemeenten presenteren zich wel als beheerder van kapitaalgoederen, zoals sluizen en beschoeiingen, en van oppervlaktewater, maar slechts zelden als beheerder van vaarwegen. Op basis van de gemeentelijke programmabegrotingen kan niet worden vastgesteld hoeveel kosten de gemeenten maken voor het beheer en onderhoud van de vaarwegen.
De indruk bestaat dat de beheerders minder begroten voor het onderhoud van de vaarwegen dan op grond van de berekende onderhoudsbehoefte nodig is. De onduidelijkheden rond de kosten van het vaarwegbeheer in Fryslân bemoeilijken de opgave waar de provincie voor geplaatst is. Verwacht wordt dat de nieuwe regeling van het vaarwegbeheer met name zal leiden tot een herverdeling van de kosten en dat er op organisatorisch vlak weinig zal veranderen. Op dit moment is echter nog niet met zekerheid bekend waartoe de provincie zal besluiten.
